'Alle privťgegevens zijn te koop'     Meldplicht bij diefstal, verlies of misbruik persoonsgegevens

Welkom

Inleiding

Onderzoeken Mariëndijk

Onderzoeken Peter R. de Vries

De zaak Bolhaar

Onderzoeken Goderie van Groen

Geluidsfragmenten

Media

Strafdossier/Procesgang

Contact



de Zaak Bolhaar Het Verhaal


Peter R. de Vries zorgde er met zijn tv-programma in 2002 voor dat het onderzoek naar een moord op een vrouw en twee kinderen achttien jaar geleden werd opgepakt door de politie. Het was de eerste zogeheten 'cold case'-zaak die vlak voor de verjaring werd opgelost, waarmee Peter R de Vries in Ďde categorie informatieí  een Academy Award wint. Ook in deze opvallende zaak heeft Michel cruciale informatie geleverd. Het is een mooi voorbeeld van hoe groot de inpact van Michels werk kon zijn. Michel verzamelde vaker gegevens die uiteindelijk werd gevraagd door het tv-programma van Peter R. de Vries, maar in deze zaak bleek het een van de sleutels tot de oplossing voor een moord.

Nog maar zes en negen jaar oud waren Sharon en Donna toen ze in maart 1984 samen met hun moeder Corina Bolhaar (33) in hun woning in de Argonautenstraat in Amsterdam-Zuid werden vermoord. De 1-jarige Brian lag tijdens het bloedvloeien in de wieg te slapen en werd gespaard door de brute moordenaar. Zeventien jaar later was de politie de gruwelijke onopgeloste moordzaak vergeten. Sterker nog: zelfs het dossier zou voor een deel zoek zijn geraakt. Maar Peter R. de Vries legde zich daar niet bij neer. Hij probeerde in de maanden voor de mogelijke verjaring van de moord nieuwe informatie boven tafel te krijgen, zodat de politie het onderzoek weer zou oppakken. Maar op zijn vragen over de zaak kreeg hij weinig respons van de politie. Het was duidelijk dat de zaak totaal in het slop was geraakt. De Vries eiste onder meer dat hij het strafdossier zou mogen inzien, maar hoofdofficier van Justitie in Amsterdam, Leo de Wit, weigerde hem dat. "Ik heb van De Wit een brief gekregen waarin stond dat ik de stukken niet mocht zien in verband met de privacy van de nabestaanden," aldus De Vries, die daarover erg verbolgen was. Te meer omdat de nabestaanden van Bolhaar er zelf helemaal geen problemen mee hadden. In de media lieten ze weten dat ze De Vries als hun 'laatste strohalm' zagen.

Toch waren er zelfs na achttien jaar nog voldoende aanknooppunten over de moord. Zo was in 1984 al eens iemand opgepakt als 'serieuze verdachte'. Het was Louis H., die destijds 'bij gebrek aan bewijs' al snel weer werd vrijgelaten. De misdaadverslaggever vroeg via de gebruikelijke wijze meer informatie op over Louis H. Om precies te zijn: de strafbare feiten waarvoor hij eerder was veroordeeld. Het verzoek belandde, zoals gebruikelijk, via Bert Santema en Goderie van Groen bij Michel. De opdracht over Louis H. was door Goderie voorzien van de toevoeging: "Graag uiterlijk leveren op 22 november, niet later!" Er was kennelijk haast bij. Michel achterhaalde gemakkelijk het strafblad van Louis H.: "Ik heb een arrondissementsparket gebeld waar ze toegang hebben tot een registratiesysteem voor het strafrechtelijk verleden van personen.  Ik heb gevraagd of iemand even in VIPS kon kijken op zijn naam. Daar rolde een hele lijst veroordeling uit."



Het beeld van Louis H. als 'een ruige motorrijder' werd door deze informatie voor De Vries natuurlijk bevestigd. De Vries noemde een deel van de strafbare feiten in zijn uitzending. Hij zocht verder naar mensen die iets over Louis H. zouden kunnen vertellen. Met de informatie die Michel had geleverd, zoals adressen waarop Louis H. ook met andere personen had samengewoond, kon hij uitmaken met welke vrouwen H. contact had gehad. Een van hen was zijn ex-vriendin, Renetta van der M. De Vries wilde haar natuurlijk graag spreken over Louis H., maar dat ging niet zomaar. De vrouw was niet te vinden. De Vries had weinig gegevens over haar: alleen haar naam, geboortedatum en haar oude adres. Op 23 januari 2002 belandde dan ook het verzoek op Michels bureau: graag naam, adres en woonplaats van Renetta van der M. "Zo spoedig mogelijk dus graag vandaag nog," was er op de opdrachtfax bij geschreven. Dat 'vandaag nog' lukte en de manier waarop dat gebeurde was zelfs voor Michel bijzonder. "Ik moest in dit geval natuurlijk wel met heel weinig informatie beginnen. Daarom herinner ik me het ook nog zo goed."

Hij begon met bellen naar ambtenaren van de afdelingen burgerzaken bij gemeenten. "Het leek op niks uit te lopen, omdat in de laatste gemeente waar ze naar toe zou zijn gegaan niemand met haar naam stond geregistreerd. Ik vond dat vreemd. Hoe kan iemand nou zomaar zijn verdwenen? Ik vroeg toen een ambtenaar van de afdeling burgerzaken van  de laatste gemeente waar ze nog als Van der M. stond ingeschreven om in het computersysteem met de Gemeentelijke Basis Administratie te selecteren op haar geboortedatum. Doordat het geen grote gemeente was kwam er slechts een mevrouw met die geboortedatum uit het systeem rollen. Dat was ze. In het jaar 2000 bleek ze haar naam te hebben veranderd."



Haar huidige en voormalige woonadressen, met wie ze was getrouwd geweest en gegevens over haar kinderen werden allemaal door Michel geleverd. Waar de politie verzuimde haar op te sporen, slaagde Michel er op deze manier snel in Van der M. te traceren. Goderie van Groen kon zo opnieuw waardevolle informatie verkopen aan Bert Santema, die het weer aan zijn kameraad De Vries kon presenteren. Michel K. deed het zelf allemaal weer voor een schijntje. "Dit koste me maar een half uurtje en ik rekende hiervoor slechts 25 euro."

Met de gegevens van de ex-vriendin van Louis H. op zak, kon De Vries haar thuis confronteren. In het gesprek dat volgde, deed Van der M. een schokkende uitspraak: Louis H. zou tegen haar meerdere malen de moord op Bolhaar en haar kinderen hebben opgebiecht. Tijdens een ruzie met haar zou hij hebben gezegd dat hij al eens eerder 'een wijf met twee koters' had omgelegd. Zelf zou ze nooit naar de politie zijn gestapt - uit angst - en de politie wist haar ook niet te vinden. R. van der M. werd door haar uitspraken tegen De Vries uiteindelijk een kroongetuige in deze zaak. Dat vinden ze ook bij het Openbaar Ministerie. Woordvoerster Els Leuftink noemt haar 'een zeer belangrijke getuige'. "Mede door Peter R. de Vries kwam deze zaak weer aan het rollen. Hij heeft verklaringen boven water gehaald die nieuwe inzichten brachten," aldus Leuftink in de week voordat het gerechtshof in Amsterdam de zaak verder behandelde.

Op de website van het Openbaar Ministerie is te lezen: Een bijna achttien jaar oude zaak, geen ooggetuigen, geen motief, geen verdachtensporen. De moord op Corina Bolhaar en haar kinderen staat op het punt van verjaren. Tot Peter R. de Vries met een getuige op de proppen komt en officier Nicole Voorhuis op de zaak wordt gezet.
http://www.om.nl/onderwerpen/cold_cases/@125220/de_zaak_bolhaar/

Maar hoe De Vries Van der M. in 2002 opspoorde, dat wist het Openbaar Ministerie lange tijd niet. Tenminste, ze beweerden van niet, want op zich lijkt het vreemd dat zowel politie als justitie er nooit aan hebben gedacht aan De Vries te vragen hoe hij aan de informatie over Van der M. was gekomen. Of hoe hij wist dat ze een andere identiteit had aangenomen. Of wilden ze dat express niet weten? Vast staat in ieder geval dat Justitie in oktober 2004 wel op de hoogte is van de rol van Michel, want toen stuurde hij zelf een brief naar het Openbaar Ministerie in Amsterdam. De reden: Michel maakte aanspraak op de beloning van  dertigduizend  euro die in de zaak was uitgeloofd voor een belangrijke tip, omdat justitie circa Ä 185.000,- van hem vordert in het kader van de plukze wetgeving.



Eind oktober krijgt hij schriftelijk antwoord van de Amsterdamse hoofdofficier Leo de Wit. Die schrijft in een reactie dat de politie R. van der M. zelf ook wel had kunnen traceren en dat Michel daarom geen recht heeft op een beloning. Waarom slaagde de politie er eigenlijk zelf niet in R. van der M. te vinden? Bij het resortsparket weet woordvoerster Leuftink het na navraag ook niet. "Het is moeilijk te zeggen waarom de politie dat dan niet heeft gedaan." Op de vraag wie de beloning wel heeft gehad doen rechercheurs en woordvoerders van het OM vaag. Was het De Vries zelf? Of iemand anders? Dat komt aan het licht tijdens de rechtszaak tegen Louis H. in maart 2005. Tijdens de zitting blijkt dat in ieder geval twee getuigen 'een beloning' hebben gekregen van het Openbaar Ministerie: Renetta van der M. zelf en een ex-gedetineerde van Louis H. Beiden hebben verklaringen tegen hem afgelegd. Om hoeveel geld het gaat is onduidelijk. Leuftink van het OM zegt dat Van der M. meermaals is bedreigd. Voelde Van der M. zich veiliger als ze geld kreeg? "Misschien wel, ja," antwoordt Leuftink. Het beeld doemt daarmee op dat Van der M. betaald is in ruil voor het afleggen van een verklaring tegen Louis H., wat haar veiligheid in gevaar kan brengen. De advocaten van H., Anker en Van Oosten, voeren tijdens de zitting in maart dan ook aan dat ze vinden dat de uitgekeerde beloningen de verklaringen van de getuigen zou kunnen beÔnvloeden.

Als advocaat Gert-Jan van Oosten hoort van de manier waarop door het werk van Michel de privť-gegevens van Van der M. en Louis H. op het bureau van Peter R. de Vries belandden, noemt hij dat 'idioot'. "De Vries gaf opdracht om gegevens te achterhalen die niet op legale manier verkregen kunnen worden. Als hij zo op onrechtmatige manier aan privacygevoelige gegevens over deze vrouw en mijn cliŽnt is gekomen is dat schandalig. Doordat De Vries op deze manier wist waar ze woonde, is mijn cliŽnt weer verdacht geworden," aldus Van Oosten. Hij kan het niet gebruiken tegen het Openbaar Ministerie zelf. "Want zij hebben dit niet gedaan. Ze hadden natuurlijk moeten vragen hoe De Vries eraan is gekomen, maar ze kunnen altijd zeggen dat ze dat niet hebben geweten. Maar tegen De Vries zou mijn client wel civiele stappen kunnen ondernemen. Dat sluit ik niet uit."

Net als zoveel advocaten was Van Oosten eerder ook klant bij MariŽndijk. Hij herinnert zich dat nog wel: "Ja, ik heb MariŽndijk ook wel eens wat laten uitzoeken. Ik verbaasde me er toen al over hoe snel ze werkten en hoeveel informatie ze konden leveren." Maakt hij nog steeds gebruik van hun diensten? "Nee, sinds ik hoorde van de zaak van Michel in 2003 gebruik ik ze niet meer."

Peter R. de Vries beweert de rol van Michel in de zaak-Bolhaar niet te hebben geweten. "Daarover ben ik nooit geÔnformeerd," zegt hij koeltjes. "Ik ken het dossier van deze man verder niet. Waarom is dit dan niet eerder naar voren gekomen?" Terwijl medewerkers van De Vries' programma zich ook wel eens uitgeven voor iemand anders, zoals voor de items over de zigeunerfamilie Petalo, vindt hij de werkwijze van Michel in de zaak Bolhaar ineens niet kunnen. "Als ik hoor dat hij zich met een valse naam heeft uitgegeven bij gemeentelijke instanties, dan vind ik dat ook wel ver gaan."



In zijn boek 'Een crimineel liegt niet altijd' schrijft De Vries nog dat hij de vrouw zelf had opgespoord. "Pas toen wij een kroongetuige opspoorden kon de verjaring worden gestuit." Dat opsporen gebeurde natuurlijk vooral door Michel. Met alle gegevens over haar op zak, was het vinden van Van der M. een fluitje van een cent. Het Openbaar Ministerie had destijds ook wel oren naar de informatie. In 'Een Crimineel liegt niet altijd' noteert De Vries over een gesprek met officier van justitie Nicole Voorhuis: "Ik had het gevoel dat men graag alle informatie van mij wilde overnemen."

Na de brief over de beloning vreest het Openbaar Ministerie in Amsterdam dat Michel gegevens over de kroongetuige aan derden gaat geven. Die zouden dan contact met haar kunnen opnemen, waardoor ze wellicht niet meer zou willen getuigen. Op 27 oktober 2004 schrijft hoofdofficier L.A.J.M. de Wit aan Michel Kraay dat het van groot belang is dat hij zich onthoudt van contacten met de media over de zaak Bolhaar. Waarom ? "Contact met de media komt ons wel vaker niet goed uit," aldus OM-voorlichter Leuftink. Hoofdofficier De Wit wil er zelf niet op ingaan, laat zijn woordvoerder weten.

Maar daarmee is de kous nog niet af. Na wat telefoontjes is het Openbaar Ministerie zo nerveus geworden dat Michel de informatie over Van der M. doorspeelt, dat ze in de week voor de zitting in maart 2005 weer in actie komen. Michels advocaat mr. Pieter Dietz de Loos ontvangt dan een brief van C.M. Bitter van het kantoor van de landsadvocaat Pels Rijcken Droogleever Fortuijn. De brief is geschreven namens advocaat-generaal L. Plas van het hof in Amsterdam. Bitter schrijft dat het OM inmiddels te weten is gekomen dat Michel contact heeft gehad met een journalist. "Uw client handelt onrechtmatig door gegevens over de getuige aan derden bekend te maken en hij moet zich daarvan onthouden. Namens het Openbaar Ministerie (...) stel ik uw client hierbij aansprakelijk voor de schade die uit informatieverstrekking voortvloeit. Het Openbaar Ministerie gaat er verder vanuit dat uw client geen informatie over de getuige aan derden, meer specifiek de media, meer zal verstrekken. Gebeurt dat toch, dan zal het Openbaar Ministerie zo nodig rechtsmaatregelen tegen uw client treffen."

Terwijl de landsadvocaat zelf met behulp van mensen als Michel de privacywetten overtreedt, schrijft hetzelfde advocatenkantoor dat hij daarover niets mag zeggen tegen de media. Met de waarschuwing erbij dat hij anders nog een keer wordt vervolgd. Michel: "Het wordt nu wel erg halluncinerend." Maar onder de indruk is hij niet van de brief. "Ik laat me mijn mond niet meer snoeren, zeker niet na alles wat er gebeurd is. Het is toch krankzinnig dat uitgerekend de landsadvocaat deze brief naar mij stuurt. Zij waren immers zelf jarenlang klant bij MariŽndijk. Ze hebben zelf ook op grote schaal gebruik gemaakt van mijn werkzaamheden. Ik heb de opdrachtfaxen van ze nog liggen. Natuurlijk ga ik er niet voor zorgen dat de privť-gegevens van Van der M. op straat komen te liggen.
 
Volgens Els Leuftink van het ressortsparket in Amsterdam was de dreigende brief alleen bedoeld om de bescherming van Van der M. te garanderen. "De brief moet gezien worden in het licht van de bedreigingen aan haar adres. Het is voor haar veiligheid niet wenselijk als anderen over haar gegevens beschikken. Inmiddels hebben we begrepen dat dat toch is gebeurd en daarom hebben we de heer Kraay deze brief gestuurd. We willen niet zijn vrijheid van meningsuiting beperken. Natuurlijk mag hij praten met wie hij wil, ook met de media, zolang hij daarmee niet de veiligheid van mensen in gevaar brengt." Op de vraag waarom Michel zelf geen bescherming kreeg toen hij in de gevangenis op een afdeling werd geplaatst bij personen naar wie hij zelf onderzoek had gedaan, moet ze het antwoord schuldig blijven. "Maar elke dag in de gevangenis lijkt mij vreselijk. Zes maanden lijkt me dan ook heel erg lang."

Dat Michel uitgerekend in een brief van de landsadvocaat werd gewaarschuwd dat hij verder vervolgd zou kunnen worden als hij gegevens door zou spelen is natuurlijk erg cynisch. Pels Rijcken Droogleever Fortuijn was immers zelf een van de grootste klanten van Mariëndijk. De schrijfster van de brief, C.M. Bitter, doet net alsof haar neus bloedt: "Dat heb ik destijds ook in de krant gelezen. Maar meer weet ik daar niet van. Het weerhield me natuurlijk niet om nu namens het OM deze brief te schrijven." Ze weet geen antwoord op de vraag waarom Goderie van Groen BV, Bert Santema en Peter R. de Vries niet ook zo'n brief hebben gehad. Zij beschikten immers over dezelfde voor Van der M. gevaarlijke informatie als Michel. Volgens Leuftink van het OM heeft alleen Michel een dergelijke brief ontvangen. In verdere kritische vragen over het privacybeleid van Pels Rijcken zelf heeft mevrouw Bitter weinig zin. Of ze ook wel eens voor het OM handelsinformatiebureaus heeft ingeschakeld? "U snapt natuurlijk ook wel dat ik op dergelijke vragen van mijn cliënt geen antwoord mag geven."

Louis H. krijgt overigens in het slepende proces rond de moord bijstand van vier topadvocaten: Wim en Hans Anker, Jan Boksem en Geert-Jan van Oosten. Maar het mag niet baten. In juli 2005 wordt hij in hoger beroep door het gerechtshof in Amsterdam opnieuw veroordeeld tot een levenslange gevangenisstraf. In het tv-programma Zomergasten verklaart Willem Anker op 22 augustus van dat jaar dat er cassatie in de zaak was aangevraagd, omdat er volgens hem 'te weinig bewijs' is tegen Louis H. De Hoge Raad is het niet met Anker eens. De raad verwerpt Ankers cassatieverzoek in november 2006. Dat maakt de levenslange gevangenisstraf van Louis H. definitief.

Pas in de lente van 2007 blijkt dat bij de onderhandelingen over de ontnemingsprocedure van Michel vijftienduizend euro in mindering is gebracht op het totaalbedrag dat dan 125.000 euro bedraagt. Dat bevestigt de adviseur ontnemingszaken R.J.E.J. Jans van Justitie in 2007 in een opgenomen telefoongesprek met Michel, die hem opbelt omdat hij het nog altijd niet eens is met de financiŽle afwikkeling van zijn zaak. Het in mindering gebrachte bedrag zou indirect alsnog een beloning voor zijn werk in de zaak Bolhaar zijn, maar door justitie is hierover niets in de schikkingsovereenkomst tussen haar en Michel vermeld. Tot slot schrijft in 2008 Evert Harderwijk namens het OM dat Michel Kraay ontegenzeggelijk een rol heeft gespeeld in het achterhalen van de getuige in de zaak Bolhaar.

Op de volgende pagina treft u de originele documenten aan van:

  • Het Openbaar Ministerie; Hoofdofficier van justitie Leo de Wit van Amsterdam
  • Het Openbaar Ministerie; Mr. E.D. Harderwijk
  • Dreigbrief van Pels Rijcken & Drooglever Fortuijn advocaten††††
  • Het aanvraag formulier voor het strafbladonderzoek naar Louis Hagemann
  • Het aanvraag formulier voor het NAW onderzoek naar Renetta van der Meer
†Klik hier voor documenten inzake Zaak Bolhaar